
Een beetje onwennig was het wel. Toen ik mijn baan in Cambodja accepteerde wist ik nog niet veel behalve dat ik zou gaan werken als onderwijsmanager bij het ministerie van onderwijs in het provinciale kantoor in het oostenlijke stadje Kratie. Acht uur rijden van Phom Phen, acht uur rijden van ziekenhuisvoorzieningen en acht uur rijden van vanzelfsprekenheden. Ik kende de stad niet, ik had geen woning en ik kende er niemand. En juist dat; het ‘niet weten’ bleek achteraf mijn grootste voordeel.
Toen ik na acht uur de taxi uitstapte stond Nipun op mij te wachten. Hij was aangesteld als mijn tijdelijke assistent. Verlegen en bescheiden gaf de 45 jarige man mij een hand en vroeg of ik een goede reis had gehad. Hoewel ik normaal uitbundig en enthousiast zou reageren tunde ik in op zijn energie en zei positief maar rustig dat ik een goede reis had gehad en blij was aangekomen te zijn. Intunen op een ander zijn energie deed ik thuis in Nederland ook vaak maar met name in het buitenland is het een onmisbare vaardigheid. Dankbaar maakte ik gebruik van mijn werkervaring in Nepal en mijn vele reizen over de wereld.
Nipun vroeg verlegen wat ik als eerste wilde regelen. Omdat bij mij alles begint bij een stabiele thuisbasis sprak ik mijn voorkeur uit om eerst op zoek te gaan naar een huis. Hij knikte en vertelde dat hij als voorwerk al 4 huizen had uitgezocht. Twee traditionele houten huizen en twee betonnen huizen.
Met een tuktuk reden we door het stadje en gingen we de huizen langs. Omdat mijn voorkeur een traditioneel huis had starte we daar. Het huis was prachtig en het was een idillysch plaatje. Het huis lag in een bananenbomen veld, het hout was keurig onderhouden en stond trots op houten palen. Via een mooie trap kwam je op de porch en toch sloeg ook meteen de twijfel toe. Het was er ontzettend warm, er was geen airco en ratten en spinnen schoten bij binnenkomst weg tussen alle kieren en gaten die het huis rijk was.
Ik gaf aan ook even bij het tweede huis te willen kijken. We reden een paar straten verder en bij aankomst werden we hartelijk welkom geheten door een Cambodjaanse vrouw. Ze liet me kennismaken met haar man en drie kinderen om vervolgens de sleutels te pakken van het huis naast hen. Twee hoge loodzware deuren opende zich en een huis ontvouwde zich. Een woonkamer met dressoir, banken en bureau, een grote leefkeuken met tafel, stoelen en gesloten voorraadkast, een balkon die uitkeek over bananenbomen, een washok met wasmachine, een groot balkon, een slaapkamer met airco en een badkamer ensuite. Ik voelde de rust, en dat is precies wat ik zoek in een huis. De Cambodaanse eigenares vroeg: You like? Waarop ik antwoorde: I take it! Verheugd klapte ze in haar handen en zei: Welcome to my family. Nipun glimlachte en stak zijn duim omhoog terwijl hij zei; your quick!
De kok stopte met het slijpen van zijn messen, de denkrimpel in haar gezicht werd groter en er volgde een lange stilte. Het werd een stilte waarin ik met de seconde steeds zenuwachtiger werd. Misschien was ik met mijn Nederlandse directheid iets té direct geweest in het gereserveerde Japan. Misschien had ik hen beledigd met mijn observatie en mijn vraag. Ik deed mijn best de ongemakkelijke stilte niet op te vullen en de vrouw ruimte te geven terwijl ze nadacht.
Na een lange minuut zie ik de vrouw inademen om haar eerste zin te beginnen. De strenge denkrimpel verzachte en met een vriendelijke blik zegt ze: “Wabi Sabi is een complex begrip en ik zal je uitleggen waarom”. Ik verzacht met haar mee en kijk haar nieuwsgierig en uitnodigend aan.
In het verlengde van haar antwoord vroeg ik haar naar voorbeelden uit haar leven waarop zij Wabi Sabi voelde. Verschillende voorbeelden passeerde de revue. Van de dood van haar kind tot aan kleine voorbeelden in een supermarkt. Op haar beurt vroeg ze naar mijn Wabi Sabi momenten in het leven. Vanuit oprechte interesse luisteren we naar elkaar en stelde we verdiepende vragen. Het hectische restaurant was tot stilstand gekomen, terwijl wij onze stilte hadden doorbroken. Via een bijzonder pad leerde ik Jonita kennen, en zij mij.
Ons gesprek duurde voort en voort, de kok keek af en toe glimlachend op en de warme watertab draaide overuren. Na een gesprek van ruim 3 uur keek ik verschikt op en moest ik mezelf verontschuldigen. Helaas stond er een trein op mij te wachten om Tokio te verlaten. We keken beide betreurd, want dit gesprek had wat ons betreft nog uren kunnen voortduren. Toch stapte we van onze kruk, bedankte elkaar voor het fijne gesprek en zeiden elkaar gedag door middel van een buiging. De koks’ zwaaide enthousiast toen ik ze bedankte voor de lekkere sushi’s, terwijl ik ondertussen met mijn stapel bordjes naar de kassa liep.
Eenmaal afgerekend en weer terug buiten voelde ik ineens een hand op mijn schouder. Het was Jonita die haar armen spreidde en me uitnodigde voor een knuffel terwijl ze ondertussen zei: “See. This moment. This goodbye. This feeling. This is Wabi Sabi; Perfectly Imperfect!” Ik gaf haar een warme knuffel terug terwijl ik ondertussen mijn zegeningen telde. Wat is het toch een eer om wijze lessen te mogen leren van de lieve mensen die ik tijdens al mijn reizen ontmoet.
SHARE & SPREAD WISDOM
© All rights reserved Wisdom Lab
Su-Anne van Waes