Column

De nabijheid van mijn roots

In 1982 ben ik geadopteerd uit Sri-Lanka en in 2000 reisde ik voor het eerst terug. Tijdens deze reis begon ik langzaam iets te herkennen. Iets wat diep vertrouwd en vanzelfsprekend voelt. Iets wat ik niet ken uit onze Westerse samenleving. In deze column lees je wat adoptie voor mij betekent en wat het mij heeft geleerd over mijn identiteit.

Geadopteerd uit Sri-Lanka

Sri-Lanka. Mijn geboortegrond. Een prachtig klein eiland onder India, ook wel bekend als de parel van de Indische Oceaan. Na een adoptieproces van vier jaar kregen mijn ouders het nieuws dat ze een dochter mochten ophalen in Sri-Lanka. Hoewel in de jaren 80 veel ouders hun adoptiekinderen op Schiphol ophaalde, kozen mijn ouders ervoor om mij zélf op te halen. Ze troffen een baby van drie maanden maanden oud die ze, na afronding van alle formaliteiten, in maart 1982 mee naar Nederland mochten nemen. Vanuit Sri-Lanka landde ik in een warm bed in Doesburg en waar mijn zus al op mij wachtte (column).
 
Tekst gaat verder onder de foto’s

Veilig gehecht

Ik realiseer mij dat adoptie een kwetsbaar en complex thema kan zijn. We kennen verhalen waarin hechting moeizaam verliep, kinderen moeite hadden hun plek te vinden binnen een andere cultuur, en er vragen zijn over identiteit. Daarnaast is er de afgelopen jaren steeds meer maatschappelijke en politieke discussie ontstaan over de rol van de Nederlandse overheid en de zorgvuldigheid van internationale adoptieprocedures. Onze ouders zijn altijd open geweest over het adoptieproces, we hadden thuis ontelbaar veel dia’s van Sri-Lanka, en ze hebben ons altijd de ruimte gegeven een beweging terug te maken naar Sri-Lanka indien we dat zouden willen. 
 
Toch hebben mijn zus en ik daar nooit oren naar gehad. We waren veilig gehecht, sociaal goed geland, nooit gediscrimineerd en Nederland voelt als ons thuis. Ook al hadden wij geen directe intresse in Sri-Lanka, mijn ouders vonden het belangrijk dat we minimaal één keer zouden kennismaken met onze geboorte(achter)grond. Omdat ze graag wilden dat we die reis zouden kunnen herinneren, lag er daarom vanaf onze vroege kinderjaren een kennismakingsreis naar Sri-Lanka in het verschiet zodra de jongste achttien jaar zou zijn. Helaas verloren we vlak voor mijn achttiende verjaardag — in 1999 — onze moeder, waardoor we als drieluik verder moesten leren leven. Ondanks het verdriet wilde mijn vader die belofte alsnog verzilveren. En zo vertrokken we niet met z’n vieren, maar met z’n drieën terug naar Sri-Lanka voor een prachtige rondreis door het land. 
 

Een bijzondere reis

Je kunt natuurlijk zelf al raden, dat deze reis in vele opzichten bijzonder werd. Voor het eerst gingen mijn zus buiten Europa op reis, we zaten voor het eerst beide bewust in een vliegtuig, en we werden vergezeld op een verre reis door onze vader. Wij miste onze moeder, mijn vader miste zijn vrouw. De vrouw waarmee hij twee dochters had opgehaald, en nu met twee volwassen meiden zonder haar terugkeerde. Onder die nevel moesten mijn zus en ik daarnaast coopen met onze eerste kennismaking met Azië en met een kennismaking met ons geboortegrond. Het was veel, en toch ook goed. We hebben gehuild, maar bovenal veel gelachen. Het is een reis die de band tussen ons drie nog verder heeft verstevigd. Het liet zien hoe hecht en mentaal sterk we als drieluik zijn. Het was een reis waar zaadjes verder tot bloei kwamen, om het beste te maken van alles wat het leven op je pad brengt.
 

Wat ik bij Sri-Lanka voel

Vooraf spraken we uitgebreid met elkaar over het doel van de reis. Mijn zus en ik voelde allebei geen behoefte om op zoek te gaan naar biologische familieleden; onze focus lag daarom vooral een kennismaking met de cultuur, de mensen en de natuur. En dat stelde niet teleur. Sri-Lanka is een prachtig land — zeker in 1999, toen het massatoerisme er nog nauwelijks aanwezig was. Nu vele reizen later en met meer vergelijkingsmateriaal, zou ik Sri-Lanka nog steeds aanraden. Het land is veelzijdig en de mensen zijn ontzettend warm en gastvrij. En eerlijk is eerlijk; ik ben er trots op dat ik die genen met mij meedraag. 
Toch staat Sri-Lanka, misschien verrassend genoeg, niet in mijn persoonlijke top vijf van bestemmingen. Dat klinkt misschien koud en afstandelijk aangezien het mijn geboorteland is, maar voor mij zegt het juist iets positief over de veilige, positieve en liefdevolle hechting hier in Nederland. Sri-Lanka is voor mij niet bijzondere dan andere landen. Mijn nieuwsgierigheid zoekt namelijk niet naar antwoorden over mijn afkomst of biologische familie. Mijn nieuwsgierigheid is wereldbreed, en familiebanden ligt voor mij niet in een gedeelde bloedlijn, maar in een gedeeld leven.

Mijn Aziatische Roots

Hoewel ik dus geen bijzondere band voel met Sri Lanka, voel ik me wel verbonden met Azië. In het bijzonder met één specifieke Aziatische eigenschap: Nabijheid. Een gevoel en vaardigheid die ik in onze Westerse samenleving moeilijk kan vinden of herken in mensen. Daarnaast leerde ik ook dat nabijheid voor mij twee betekenissen had. 
 
Als eerste bedoel ik met nabijheid; betrokkenheid, naar elkaar omkijken, gezamenlijkheid. Ik leerde dat we in het Westen gefocust zijn op; zelfstandigheid, voor jezelf kiezen, je eigen leven organiseren, je eigen pad volgen. Dat is mooi en tegelijkertijd kan daardoor nabijheid (betrokkenheid, omkijken, gezamelijkheid) verloren gaan. In Azië (NepalCambodja) merkte ik op hoeveel ruimte, tijd en aandacht mensen voor elkaar hebben en maken. Niet omdat mensen daar beter of liever zijn, maar omdat men meer belang hecht aan nabijheid. Natuurlijk speelt mee dat mensen in veel Aziatische landen afhankelijk zijn van elkaar, maar tegelijkertijd lijkt ‘omkijken naar elkaar’ dieper ingebed te zijn in karaktereigenschappen en vaardigheden.
 
Daarnaast herken ik mezelf ook in de letterlijke betekenis van nabijheid. In Azië valt het mij altijd op hoe dicht mensen fysiek bij elkaar durven te zijn, elkaar aanraken, vasthouden en zonder terughoudendheid elkaars persoonlijke ruimte delen. Iets wat ik herken in mijn omgang met mensen en waar ik soms in onze Westerse samenleving op gewezen wordt. Terwijl die vorm van nabijheid voor mij als normaal, logisch en vanzelfsprekend voelt. Een verschil waar ik soms nog steeds aan moet wennen, soms nog steeds mis, soms mijn verwachtingen te hoog heb liggen, maar hedendaags meestal vrede mee heb omdat ik mezelf van nabijheid kan voorzien.
 
Als ik dus iets aan mezelf Aziatisch vindt, dan is het dus de figuurlijke (betrokkenheid) en letterlijke (fysieke) nabijheid. Iets wat voor mij soms moeilijk uit te leggen is, omdat die extra meter en fysieke nabijheid voor mij als vanzelfsprekend voelt. Bij mijn zus en mijzelf zie ik het als een stille vorm van rijkdom, die niet zichtbaar is in materialistisch bezit maar in warmte en betrokkenheid.
 

Wat adoptie voor mij betekent

Adoptie heeft mij geleerd dat een mens door meerdere aspecten gevormd wordt. Mijn adoptie heeft mij niet verdeeld tussen twee werelden, maar juist mijn identiteit gevormd tot een combinatie van vele landen, mensen, aspecten, ervaringen (column; roots). Ik leerde hierdoor dat mijn roots niet alleen ligt in de plek waar ik geboren ben, maar ook in de waarden, ervaringen, warmte en verbondenheid waarin ik mezelf herken. 

SHARE & SPREAD WISDOM 

© All rights reserved Wisdom Lab
Su-Anne van Waes