Als mensen dus aan mij vragen ‘waar kom je vandaan?’ dan krijg ik altijd een spontane error in mijn hoofd.
Bedoel je; waar ik ben geboren (Sri-Lanka)? Wat de achtergrond is van mijn opvoeding (Zeeuws)? Waar ik als eerste liefdevol lande (Doesburg)? Waar ik in mijn kinderjaren opgroeide (Kaatsheuvel)? Waar ik de meeste jaren woonachtig ben (Nijmegen)? Waar ik me thuis voel (Nederland)? of waar ik mezelf het meest herken (Azië; de nabijheid van mijn roots)?
Omdat het antwoord ‘van deze wereld’ vaak voelt als een flauw antwoord, schat ik per situatie altijd in wat iemand wenst te horen en daar nemen mensen dan ook vaak genoegen mee. In werkelijkheid voelt het voor mij net even dieper en anders.
Je roots is voor mij geen eenduidig antwoord of punt op de kaart. Het zijn de draden die je weven tot wie je bent, in stemmen van je grootouders, in de keuze van je ouders in het stof van verre reizen, in de taal die je spreekt met je hart, en in het verlangden gevoel naar de plek als je weg van huis bent. Voor mij gaat ‘je roots’ niet over waar je vandaan komt, maar waar je liefhebt, waar je gezien voelt, waar je leert en waar je groeit.