Elke vlucht verloopt hetzelfde (zie foto’s hieronder). Je bestudeert het weer, berekend waar je goed kan vliegen, controleert al je materiaal, gooit de grote kite tassen bovenop de jeep en rijdt de berg op naar het startpunt. Je pakt zorgvuldig je materiaal uit, legt je kite goed klaar, trekt je harnas aan en doet een laatste dubbelcheck op materiaal, veiligheid en weer. Je begint met vooruitlopen waardoor de kite van de rond raakt en boven je komt te hangen, je trekt je remmen aan, loopt verder naar beneden, je begint te zweven, en ineens is er geen grond meer onder je voeten en vlieg je door de lucht. Onderweg houdt je de hoogtemeter, het luchtverkeer en thermiek goed in de gaten. Je weet idealiter al waar je wilt landen, maakt je afrem en veiligheid bochten, zorgt dat je goed in de wind aanvliegt en zet je landing in. Terwijl de grond nadert begin je langzaam te remmen door je handen naar je heupen te bewegen, je houdt je benen klaar om de laatste landingsstap te maken, remt volledig aan, plaats je voeten op de grond, de kite valt als een zak achter je in elkaar en jij staat weer veilig met beide voeten op de grond.
Tekst gaat verder onder de foto’s