Mensen/verkopers waar je als toerist vaak snel en onbewust aan voorbij loopt. Mensen/verkopers die in India en Nepal toeristen vaak worden ervaren als opdringerig. Dat sentiment leerde ik het meest van Sangot. Een straatjongetje van zes jaar oud die ik ontmoette terwijl hij tekeningen probeerde te verkopen aan toeristen. Toeristen die angst voelen om bestolen te worden of er niet van gediend zijn, en hem vervolgens duwend of sissend afwijzen. Al snel leerde ik dat achter deze kinderen, hun tekeningen (en vaak hun moeders) vaak een triest verhaal schuilt. Kinderen die door volwassenen worden ingezet om geld te verdienen, buiten moeten slapen als ze niet genoeg verkopen en soms lijm snuiven om hun zorgen even te vergeten. Maar bovenal zag ik een kind dat niet alleen geld zoekt, maar vooral iemand die hem ziet en even zijn hand vasthoudt. Als ik Sangot tegenkwam op straat, rende hij altijd lachend op mij af. Even meelopen, een knuffel of samen lachen om iets kleins.
Hoe beter ik Sangot en de verkopers leerde kennen, hoe meer ik besefde dat achter het gedrag dat wij als opdringerig bestempelen, vaak een verlangen naar aandacht, warmte of overleving schuilt. Misschien zijn we als toeristen soms te druk bezig onszelf te beschermen en vergeten we dat achter verkopers (groot en klein) vaak een verhaal schuilt die je pas ziet, wanneer je daar de tijd voor neemt.