Naast mijn werkzaamheden in het onderwijscentrum was ik werkzaam binnen het project ‘Medical Homevisits’ in het Mount Everest gebied. Het project richtte zich op kinderen die in de hoge bergdorpen woonde met een zware lichamelijke beperking. Omdat de families in deze rurale gebieden vaak niet de (financiële) middelen hebben voor transport naar de hoofdstad, medische zorg of accuate kennis, is de gezondheidsstatus van deze kinderen vaak schrijnend. In opdracht van het project trokken wij als medisch team (kinderarts, orthopeed en ikzelf) de hoge bergdorpen in om; 1) de situatie in kaart te brengen 2) de kinderen te voorzien van medische hulp en 3) de ouders te voorzien van medisch advies hoe ze hun kind kunnen ondersteunen (tiltransfers, trainingshandvaten).
Tijdens onze homevisits zagen we veelal kinderen met de neurologische aandoening Cerebral Palsy wat resulteert in ernstige spasmes, contracturen, fysieke en mentale ontwikkelachterstanden. Daarnaast kwamen we ook vaak in aanraking met malunion (botbreuken die verkeerd teruggegroeid zijn) waardoor we de nodige schade en beperkingen zagen aan omliggend spier en bot. Als team werkte we, ieder vanuit zijn eigen discipline, efficient samen om ieder kind te voorzien van medische zorg.
Al snel ontdekte we dat de complexiteit van ons werk niet alleen in de medische aandoeningen zat, maar óók in de praktische omstandigheden eromheen. Sommige kinderen troffen we aan in kooien omdat families zich geen raad wisten met het spasmepatroon. We zagen kinderen weggestopt in een schuurtje liggend op houten planken of troffen ze aan buiten in hun eigen ontlasting. Kinderen zonder hoofdbalans, zonder spierkracht en zonder enig toekomstperspectief, maar die desondanks begonnen te glimlachen zodra je hen aandacht gaf. Daarnaast liepen we soms tegen bureaucratie en corruptie aan waardoor medische hulp soms weken vertraging opliep, terwijl de nood hoog was. Hierdoor hebben we af en toe moeten beslissen niet te wachten maar zelf een kind op de rug naar Katmandu te dragen (ten gevolge van bureacratie), of moesten we soms diagnoses door onafhankelijk artsen in Nederland laten herbeoordelen om hoge kosten voor een familie te voorkomen (ten gevolge van corruptie). Ook was veiligheid tijdens onze huisbezoeken niet vanzelfsprekend. Dronkenschap in de huizen/communities waar wij kwamen was niet ongebruikelijk, waardoor we soms onszelf en soms het kind in bescherming moesten nemen. Complexiteit zat ook in culturele aspecten. We leerde hoe verschillend er gekeken kan worden naar ziekte, beperkingen en zorg. Elke dag werden we opnieuw gedwongen om te schakelen tussen onze eigen cultuur, de Nepaleese cultuur en met name haar subculturen in de bergregio’s.
Tekst gaat verder onder de foto’s