Column

Waar voel jij je thuis?

Vaak koppelen we ’thuis voelen’ aan een huis, een stad of een land waar we wonen. Maar wat als ’thuis voelen’ zich niet laat vangen in een plek?

Kleine gebaren, groot gevoel

Nadat ik was geïnstalleerd (column en film: de eerste twee weken) begon direct mijn éénjarig werktermijn in Cambodja (column & film: werken in Cambodja)Elke ochtend, wanneer ik naar buiten liep om op mijn fiets naar het ministerie van onderwijs te gaan, lag er onder mijn fiets een klein bloemenoffer of stond de huis eigenares mijn fiets met wierook te zegenen. Altijd met een warme glimlach die meer zei dan woorden kunnen. Mijn huis eigenares woonde met haar gezin naast mij. Hierdoor bouwde we een band op die verder reikte dan alleen die van huurder en verhuurder. Ik maakte haar deelgenoot van mijn cultuur en zij van de hare. Ik had oog voor haar en zij voor mij. Dit resulteerde in haar dochtertje die ik graag overnam op de arm, als zij haar handen vol had. In regelmatig een mango, papaya of ananas, rechtstreeks uit haar tuin in mijn tas. De dozen vol lekkernijen vanuit Nederland deelde ik met haar gezin. Haar vriendinnen werden mijn kapsters en visagisten. Ik kocht samen met haar jurken als ik naar een bruiloft moest en we gingen elke maandag samen sporten. In die oprechte zorg, aandacht en gulheid voelde deze lieve vrouw, als mijn Cambodjaanse thuis.
  
Tekst gaat verder onder de foto’s

Verbonden zonder jezelf te verliezen

Daarnaast was het me gelukt om een warme band op te bouwen met mijn lokale collega’s op het ministerie van onderwijs. Regelmatig werd ik uitgenodigd om bij één van mijn collega’s thuis te komen lunchen — een gebaar dat in die cultuur veel meer betekent dan alleen samen eten. Toch sloeg ik die uitnodigingen geregeld af. De middagpauze was voor mij een moment om even op adem te komen, om de constante stroom aan indrukken los te laten, om niet continu allert te hoeven zijn op culturele aspecten, en een moment om af te koelen onder de airco terwijl de temperatuur buiten moeiteloos boven de 40 graden uitsteeg. 
 
Op andere momenten sloot ik juist wél aan. Elke vrijdagmiddag sportte ik mee met collega’s voor het provinciekantoor. Eens per week ging ik met collega’s mee naar de markt om samen de snoeptrommel te vullen met gefrituurde spinnen, sprinkhanen of kuiken eieren. Ik was aanwezig bij de talloze Cambodjaanse festiviteiten en bovenal werkte ik dagelijks intensief met hen samen, in een sfeer die licht, betrokken en oprecht was. Zij lieten thuis voelen omdat er ruimte was om mijn eigen keuze’s te maken. Dat iemand je ziet, ook als je er niet bent. Dat je mag meebewegen, zonder jezelf te verliezen. Thuis zit dan niet in een plek, maar in het besef: hier hoor ik op mijn eigen manier bij.
  
Tekst gaat verder onder de foto’s

Zien en gezien worden

In Cambodja werkte ik de klok rond. Maar ook al was ik druk, ik leefde. Ik leefde met alle mensen om mij heen en zo leerde ik al snel de lokale gemeenschap kennen. Putyh de fietsenmarker die me altijd uit de brand hielp, en elke ochtend zijn duim omhoog stak als ik zijn garage passeerde. Chenna de taxichauffeur die mij altijd naar Phom Phen bracht en luid toeterend als hij mij zag lopen of fietsen door Kratie. Sovann de monnink wierp mij altijd een brede glimlach toe als ik de tempel passeerde. Sokha waar ik elke middag een glaasje rietsuiker kocht op straat, voordat ik het kantoor binnenstapte. Bopha die een klein karretje had waar ze melk verkocht en yohurtjes voor mij apart hield als ze deze binnen kreeg via Phom Phen omdat ze wist dat ik deze graag at. De bewaker van de bank met altijd en vriendelijke opslag als onze blikken elkaar kruiste. Ratha die terwijl ze haar kinderen wiegde ook mijn groente afwoog op de markt. Lina die blij was dat ik elke dag een brood bij haar kocht. De schooljuffen Mony, Rany, Sothea die druk zwaaide als ik voorbij fiets terwijl ze ondertussen de kinderen naar binnen dirigeerden. En zo kan ik nog wel even doorgaan.
 
Op een normale werkdag had ik, voordat ik het kantoor binnenstapte, al contact gehad met meer dan twaalf mensen. Een jaar lang waren zij voor mij vaste gezichten, en dat werd ik voor hen. Misschien is dat hoe thuis voelen zich langzaam vormt; in zien en gezien worden. Door hen werd mijn route niet alleen de weg naar werk en naar mijn huis, maar een pad waarop ik thuis begon te raken.

Vertrouwen in verbinding

En natuurlijk was daar mijn persoonlijke assistent en vertaler Nipun (column en film; de eerste twee weken). Dag in, dag uit deelde ik met hem mijn zorgen, mijn verwonderingen, mijn trots, mijn tegenslagen en soms ook mijn onbegrip. En andersom luisterde ik naar zijn verhalen: zijn leven, zijn keuzes, zijn zorgen, zijn trots, zijn dagelijkse realiteit. We keken met elkaar mee en stelde elkaars adviezen op prijs. Door onze vele werkuren kregen we onze eigen ‘inside jokes’ en na verloop van tijd hadden we aan één oogopslag voldoende. Hierdoor bouwde we een ongekende sterkte band op met elkaar. Binnen mijn werkzaamheden vertrouwde ik Nipun dat hij nuance en culturele sensitiviteit aanbracht in zijn vertaling. Tegelijkertijd gaf hij mij het vertrouwen door mij zélf te laten luisteren en praten en vertaalde hij uiteindelijk alleen nog maar subtiele betekenisverschillen van woorden in mijn oor, zodat ik het Kmer nog beter kon leren begrijpen. Ik voelde dat onze samenwerking ook thuisvoelen betekent: een wederzijdse vertrouwensband waarin je mag leren, struikelen en groeien.

Samen

Naast de lokale collega’s en vrienden verzamelde zich in korte tijd ook een hechte groep internationale mensen om me heen. In Phom Phen met de mensen van VSO, de VN – UNICEF en vele andere organisaties waar ik mee samenwerkte. Maar bovenal leerde ik een hechte groep expats kennen in Kratie. Kratie bleek namelijk een strategische plek voor zowel nationale als internationale organisaties. Vrijwel iedere expat die daar werkte, vond zijn weg naar onze kleine, maar warme community. Mensen uit Canada, UK, Frankrijk en Iran werkten er als mensenrechtenadvocaat, als directeur WNF (column en film: Hurry up, life doesn’t wait for you) als adviseur bij Save the Children, of — zoals ik — bij het ministerie van onderwijs. Doordat Kratie zo klein is, woonden we allemaal op loop- of fietsafstand van elkaar, vaak niet meer dan een paar straten verwijderd van elkaar. Vrijdagavonden stonden standaard in het teken van samen pizza eten in ons vaste restaurant. Tijdens het eten werden altijd eerst de wekelijkse frustraties gedeeld en successen gevierd om vervolgens te genieten van de lange avond die nog voor ons lag. Verjaardagen gingen nooit ongemerkt voorbij en feestdagen van alle geloven werden samen gevierd. Als iemand ziek was, zorgden we voor elkaar, en als je doordeweeks behoefte had aan een drankje, was er altijd wel iemand die je vergezelde. Onze gedeelde ervaring, ver weg van huis, familie en vrienden, werd de grond waar iets groeide, wat verdacht veel op thuis lijkt.
 

Thuis begint van binnenuit

Kratie. Voor ruim een jaar was dit prachtige stadje aan de Mekong het hart van mijn leven. Het was een plek waar ik kon vertrouwen op mijn eigen thuisbasis-gevoel waar vanuit ik de wereld om mij heen kon ontmoeten. Ontmoetingen met mensen die vanuit dezelfde openheid in verbinding traden met mij. Thuis is zelden een plek, maar is een staat van zijn die in jezelf begint, en zich in verbinding met andere verder ontvouwt.

SHARE & SPREAD WISDOM 

ROADMOVIE

© All rights reserved Wisdom Lab
Su-Anne van Waes